Neurogene communicatiestoornissen zijn stoornissen in spraak, taal, stem, communicatie of niet-talige cognitie die ontstaan door een aandoening of beschadiging van de hersenen of het zenuwstelsel.
Logopedie kan helpen om communicatievaardigheden opnieuw te verbeteren, te herstellen of strategieën aan te leren zodat communiceren opnieuw vlotter verloopt.
Dysartrie is een spraakstoornis die ontstaat door een verminderde controle over de spieren die betrokken zijn bij het spreken. Hierdoor kan de spraak trager, onduidelijk of minder verstaanbaar worden. Dit kan voorkomen bij neurologische aandoeningen zoals een beroerte, Parkinson of andere hersenaandoeningen.
Mensen met dysartrie spreken vaak onduidelijker, langzamer of juist met een afwijkend spreekritme. Ook kan de stem zwakker klinken of nasaal zijn, wat de verstaanbaarheid vermindert.
Afasie is een taalstoornis die ontstaat door een hersenletsel, bijvoorbeeld na een beroerte. Mensen met afasie hebben moeite met spreken, begrijpen, lezen en schrijven. Dit kan de communicatie in het dagelijks leven sterk beïnvloeden.
De ernst en symptomen van afasie verschillen per persoon. Sommige mensen vinden moeilijk de juiste woorden, terwijl anderen moeite hebben met het begrijpen van taal of het vormen van zinnen.
Bij spraakapraxie heeft iemand moeite om de juiste bewegingen voor spraak te plannen en uit te voeren, waardoor woorden moeilijker uitgesproken worden.
Mensen met spraakapraxie weten meestal wel wat ze willen zeggen, maar hebben moeite om de juiste klanken en woorden correct uit te spreken. Dit kan leiden tot zoekgedrag naar klanken en wisselende fouten in de uitspraak.
Bij cognitieve communicatiestoornissen zijn er problemen in de communicatie als gevolg van stoornissen in het denken (zoals bv. aandacht, geheugen, planning of overzicht). Iemand kan moeite hebben met het volgen van gesprekken, het vinden van de juiste woorden of het logisch opbouwen van een verhaal.